20.5.26

Dag wolken, welkom zon




 28 april 
Vroege wandeling

Het zag er sombertjes uit tussen de bomen. Zou het zo blijven? Nou, best. Het kon me niet zoveel schelen, want het paste precies bij mijn stemming. Die was ook niet zo perfect.

A dry path covered with pine needles and leaves, with hiking shoes visible

Ik wandelde over het droge bospad op mijn gemakje naar de Elsterkop, waar ik zó graag kom. Daar, onder de beuk, ging ik even zitten, halverwege de helling.

De heidestruiken lagen eengezind grauw te wezen. En daarboven keek ik omhoog naar de wolkenhemel. Het leek wel een enorm gordijn: stukjes wit, stukjes hemelsblauw. Omdat het behoorlijk waaide, schoof dat gordijn stukje bij beetje open. Langzaam begon de natuur om me heen er vrolijker uit te zien.

Gaaf. Ik keek er echt wel tien minuten naar.

Een zanderig bospad naaar een open heideveld onder een blauwe lucht. Zonlicht breekt door de bomen, maakt een vredige atmosphere tijdens wandeling in de natuur

Dat gordijn dat openschoof... precies zo voelde de mini-meditatie* die ik op mijn telefoon las. Ik zag het licht weer. Niet alleen boven de bomen, maar ook ergens vanbinnen.

Het ging erover dat geen mens en geen situatie hopeloos is voor Jezus. Dat Hij niet alleen spreekt over troost, maar over leven... zelfs waar alles vastgelopen lijkt. Deze zin kwam echt binnen: waarom breng je je lasten niet gewoon bij Mij?

Ik dacht: ook mijn verwardheid. Mijn moeheid. Die ene moeilijke situatie. Alles mag ik bij Hem brengen. Dus deed ik dat. Niet met mooie woorden of zo. En ja, half afgeleid door alles wat ik om me zag.

A sandy path through dry heathland under an increasingly blue sky

De wind was nog fris, maar de leeuweriken zongen alsof de dag niet stuk kon. Toen ik opstond van mijn pauzeplekje, brak de zon door. Ook in mijn hart. En die grauwe heidestruiken zagen er opeens een stuk mooier uit.

Ik liep over het smalle zandpaadje weer naar beneden en warmde me in de zonnestralen van deze nieuwe morgen. Kijk naar die beuk, dacht ik, zo mooi met die frisgroene blaadjes. De gele brem showde haar goudgele bloemen al.

A narrow path through dry heathland with bright yellow flowers under a blue sky

A narrow sandy path through heathland under a bright blue sky with scatterded clouds and sunlight breaking through

Dag wolken
Welkom zon

Ik maakte veel foto’s. Op het laatst ook van de pluizenbollen. Ze stonden naast het pad, vlak bij de plek waar mijn fiets tegen het hek leunde. Ik dacht echt dat het bijzondere bloemen waren die ik nooit eerder had gezien.

Bleken het uitgebloeide paardenbloemen te zijn, op super lange stelen
Ze wiegden in de wind.

Tall dandelions glowing in the sunlight in a green forest clearing

Tall dandelions glowing in the sunlight, with a hand gently holdig one in e forest clearing

Extra

Dit las ik nog naast mijn blog in een artikel: een ochtendwandeling is niet alleen goed voor je humeur en je foto’s, maar ook voor je brein. Door te wandelen stroomt er meer bloed naar je hoofd, wat helpt bij concentratie, geheugen en helder denken. Dat vond ik leuk om te weten.

En als wandelen niet lukt: steek dan even je neus uit het raam of de deur, adem rustig in en uit, en keer je gezicht naar het licht. Kleine beetje buitenlucht en licht doen ook al iets op de vroege morgen.

For English-speaking readers: hover over the photo to get a rough translation of the text in the image.

25.4.26

Ik ben haar niet vergeten

Ik schreef dit vorig jaar
Nu deel ik het.

Uit mijn dagboek
april 2025

Het duurt allemaal zo lang: hartfilmpjes, de cardioloog, wachten op uitslagen. En nu een uitslag die niet geruststelt: een hartritmestoornis. Niet in het hart zelf, maar in de aansturing... de signalen vanuit mijn hersenen komen niet goed door.

Vandaag moest ik opnieuw bloedprikken. Heb ik zo'n hekel aan. Maar het ging snel dit keer. Toen ik klaar was dacht ik: Ik wil het bos zien. Dat is maar vijf minuten fietsen.

Bij het bos zette ik mijn fiets op de oude parkeerplaats. Take a deep breath. Wat heerlijk! Al dat lentegroen. En die vogels. Ze hielden niet op met fluiten.

Ik sloeg dat ene paadje in, dat ik zo goed ken en probeerde mijn lichaam een beetje te negeren...  slappe benen, rare hartslag. Dizzy.

Toen hoorde ik opeens achter me een stem achter me. “Mooi hè, zo in het bos?”

Ik schrok en draaide me om. Het was een vrouw,  net zo lang als ik, met een heleboel vlechtjes. “Geloof je in de Schepper van dit alles?” vroeg ze.

Pfff... even schakelen. Ik zat nog helemaal in mijn lichaam.
“Ja,” zei ik, “Ik ben een volgeling van Jezus, de Messias.”

“Ik ook,” zei ze meteen. “Bijna niemand zegt dat zo. Waarom jij wel?”

We liepen onder de hoge naaldbomen. De zachte bosbodem dempte onze voetstappen en binnen no time zaten we midden in een mooi gesprek

Ik vertelde hoe het ineens minder met me ging eind maart. Hoe ik zomaar mijn evenwicht kwijtraakte — helemaal. Niet meer weten hoe je moet staan. Dat we toch op vakantie gingen. Over die twee dagen koorts, zonder griep of pijn. De moeheid die bleef hangen.

 Dat ik mijn leven moest aanpassen aan een lichaam dat niet meer vanzelf meewerkte. De douchekruk. De steunkousen die niets deden. En ja… ook gewoon verdriet.

Zij vertelde haar verhaal. Over wat zij had meegemaakt. Over levend verlies in haar gezin. We herkenden dingen bij elkaar. We benoemden de pijn zonder die kleiner te maken, maar spraken ook over wat het met je doet… wat je leert, soms tegen wil en dank.

Bij de parkeerplaats, bij mijn fiets, bleef ze staan.
“Mag ik voor je bidden?” vroeg ze.

Ik knikte.

Ze legde haar hand op mijn schouder en bad. Voor rust. Voor mijn duizeligheid — dat die maar helemaal mocht verdwijnen. Voor onze gezinnen.

 Daarna gingen we ieder onze eigen weg.

Toen ik het thuis vertelde zei mijn zoon: “Dat was een knipoog van God.


Ja, 2025 was een moeilijk jaar voor mij.
Vooral lichamelijk.

Als je lichaam niet meewerkt, kom je stil te staan. Mijn wereld werd kleiner. Mensen weten vaak niet goed wat ze moeten doen als jij niet meer kunt geven wat je eerder wel gaf.

Ik ben die vrouw uit het bos nooit vergeten 🙏
Soms bid ik voor haar.

Na een jaar klopt mijn hart weer meer in de maat. Ik ben minder moe.
En ik leer leven met wat er is.

Met wat ik heb.
Met wie ik ben.


Geliefd.
Kostbaar.

Nog steeds een volgeling van Jezus.

---

Ik schreef eerder al eens over een ontmoeting in het bos, in 2022.
Die blogpost heet Mag het winteren.

17.4.26

Een week in april

Schrijf nou in je dagboek, dacht ik steeds. Maar het bleef bij denken.
Nu blog ik:

Er is iets veranderd in huis. Ik mis het geluid van zijn voetstappen op de trap. Dat hij ineens beneden staat. De koelkast die opengaat. “Hebben we nog iets?” Even snel koffie. Een broodje. Noodles. Chips op rare tijden. 

Enkele tulp tegen een donkere achtergrond in zacht licht

Ik mis die kleine momenten. Dat hij er gewoon was.
In mijn hoofd zeurt die ene regel uit dat versje: dat komt nooit, nooit meer terug.

Hoe voelt dat eigenlijk, nu hij uit huis is?
Het laat zich moeilijk vangen. Hoe dan? Het voelt niet zwaar genoeg om er iets groots van te maken, maar ook niet licht genoeg om weg te lachen. Ik weet er niet goed raad mee. Ik ben gewoon een beetje verdrietig. En tegelijk ook blij dat hij een eigen plek heeft.

Ja, ik mis mijn zoon. Maar vandaag fietste ik naar hem toe. Hij woont in een dorp iets verderop. Een half uurtje fietsen... Natuurlijk verdwaalde ik en duurde het een uur voordat ik bij hem op de bank zat.

Vaas met tulpen op tafel in een stille kamer met avondlicht

Onderweg naar hem toe was het zo mooi. 

Bermen vol bloemen, wit en geel, en in de wei die pinksterbloemen die heen en weer wiegden in de wind. De zon erop. Het gras zo groen. En toen moest ik ineens denken aan die woorden van Jezus over de bloemen op het veld. Dat Hij dat zei tegen zijn discipelen, over bezorgd zijn en je druk maken. Ik dacht: daar wil ik nog eens naar kijken als ik thuis ben.

Bij mijn zoon genoot ik. Koffie drinken, herinneringen ophalen. Ik ben zo trots op hem. Het was echt leuk.

Tulpen blaadjes op een opengeslagen krant

Deze week? Die vloog voorbij, ondanks de stille momenten. Ik zette mijn ene voet voor de andere. Gewoon "het volgende ding doen". Dat werkte eigenlijk wel.

Ik maakte deze week foto’s van de tulpen op tafel. Ze mogen shinen op mijn blog. Ik zeg het met bloemen tulpen.

Welke bloemen zijn deze maand je favoriet?

---

Lees ook:

6.4.26

Geef mij heel veel vlinders!

Ik zag vandaag een icarusblauwtje!
En toen dacht ik terug aan iets wat ik vorig jaar in mijn dagboek schreef.

Voilà.

Uit mijn dagboek
12 mei 2025
Vandaag zei mijn man: “Mijn geduld werd echt getest door die vlinder.”
Hij was gaan fietsen terwijl ik rustte, en kwam terug met foto’s… speciaal voor mij.

Icarusblauwtje op een weegbreebloemetje met gras op de achtergrond

Een icarusblauwtje.
Klein, fragiel.

Alleen als hij vliegt zie je het helderblauw van zijn vleugels.
De rest is grijs, met kleine stipjes en oranje maantjes.

Gemaakt door Hem die de hemel uitspant
en schoonheid weeft in een vlindervleugel.

Hij leeft kort. Soms maar een week.
En toch doet hij wat hij moet doen.
Hij bestuift bloemen. Onopvallend.

Ik keek naar de foto.
En ik dacht aan wat Jezus zei.

Over de mussen.
De bloemen.
En over ons.

“Volg Mij,” zei Hij,
“en maak je geen zorgen.”

Niet één mus valt buiten de Vader.
Dus ook dit vlindertje niet.

Ik hoef niet te overzien waar het heen gaat.
Ik hoef alleen Hem te volgen.

Vandaag is genoeg.


Vandaag: 6 april

Ik hoop nog veel vlinders te zien dit jaar.

Persoon onder bloeiende boom met roze bloesem in het voorjaar

Vanmorgen waren we in het Arboretum in Wageningen.
Daar zag ik dat blauwtje waar ik het in het begin over had
En nog een vlinder die ik niet eerder had gezien.

Een oranjetipje.

Jaap rende erachteraan om een foto te maken.
Dwars over het gras. Het was een grappig gezicht.

De foto was niet scherp
Maar de herinnering aan het moment sloot ik in mijn hart.

Please… geef mij heel veel vlinders.
Ik hou er zo van.

4.4.26

Als een kind uitvliegt

Ik loop de zoldertrap op.
De treden kraken onder mijn voeten.
Ik doe de deur open en kijk zijn kamer in.
Het is leeg. Zo leeg. Dit is niet leuk.

En toch… het is goed.

Raam met lamellen en uitzicht naar buiten op grijze dag, rustige sfeer binnenshuis

Ik blijf even staan. Kijk rond. De plek waar hij zo lang leefde.
En nu is het stil.

Beneden zet ik koffie. Ga zitten. Pak mijn boek.
En dan lees ik:

"Als volgeling van Jezus gaan je ogen nooit open op een morgen die niet gekenmerkt wordt door de kracht van de schepping, de hoop van de eeuwen, de bron van zegen, de eeuwige armen, de vesting die je bewaart.

Jouw manna in de woestijn, jouw balsem van Gilead, jouw Wonderbare Raadsman, jouw doorbraak, jouw Vader en jouw vrede.

Je voeten raken geen grond die niet al door genade is bedekt. Alsof elke stap die je zet, eerst door God zelf is voorbereid. Hij loopt met je mee, en waar jij struikelt, legt Hij genade over je falen heen.

Vergeet niet om te genieten van de schoonheid van je leven. Laat angst of ontmoediging je niet beroven van wie God is, en van wie jij bent in Hem. Neem de tijd om je hart te verankeren in Gods machtige beloften. Rust in de verwondering over Gods schoonheid die werkzaam is in jouw leven. Breng je hart tot stilte in Zijn liefdevolle nabijheid.

Zelfs in iets kleins, iets zachts, iets dat zo weer vergaat, zoals een rozenblad, ligt iets van Zijn schoonheid opgeslagen.

Het leven dat God je gegeven heeft, is mooi." *

 

Hand die een open boek vasthoudt op schoot, rustig moment van lezen binnenshuis

Ik lees het. En ik denk: ook dit.
Een nieuw stukje leven dat zo anders voelt.
Mijn voeten raken geen grond die niet door genade is bedekt.

---

* Vrij vertaald uit: The Rested Soul (Tessa Afshar)