31.7.26

Ouder worden: alle seizoenen tegelijk

Ik dacht dat het fris zou zijn vanmorgen. Niet dus. Dampig warm, terwijl de bosbodem juist kurkdroog aanvoelt. Zo raar na de regen van gisteren.

Op één plek zie ik nog wel wat druppeltjes op het gras. Daar loop ik expres even doorheen met mijn blotevoetenschoenen.

Lekker voelt dat.
Cooling down


Ik maak wat foto’s van de druppeltjes en loop verder naar mijn plekje onder de oude beuk. Klimmen, klimmen. Zand in mijn schoenen. En dan ben ik er.

Voor me vouwt de hei zich open. Groen en heel zachtpaars, met daarboven een enorme wolkenlucht.

Ik ga op een van de twee boomstronken zitten die hier al jaren onder de beuk staan. Aan mijn voeten liggen hier en daar wat opengeklapte beukennootjes. Nu al hè! Tis nog maar eind juli.

Ik lach erom


Waar ik om lach? Om de seizoenen. Een paar maanden geleden wilde ik schrijven over het moment waarop ik ontdekte dat de hei groen werd. Na al dat wintergrauw verschenen ineens frisse groene takjes. Ik maakte foto’s en in mijn hoofd ontstond meteen een blog.

Van grauw naar groen, zou hij heten. Alleen… die blog kwam maar niet. En nu zit ik hier en wordt de hei alweer paars! Het seizoen wacht echt niet op mijn blog.

Wow, kijk. Daar gaat een roofvogel. Ik volg hem met mijn hand boven mijn ogen en precies nu breekt de zon door. Het warme licht schuift langs de bomenrand. De witte stammen van de berken lichten op. De naaldbomen blijven donker, de blaadjes van de eiken zijn veel lichter. En over één beuk ligt al een gouden gloed.

Goud, hè.

Alsof de herfst om het hoekje komt kijken op de Elsterkop.


Kijk het zonlicht bereikt nu ook de lager gelegen hei en ineens wordt het paars warmer en voller. Maar hé,  nu schuift er toch weer een wolk voor de zon en vervagen de kleuren.

Ik zou hier uren kunnen zitten kijken.

En denken.

Denken, denken…

Ik denk aan…

Gisteren videobelde ik met mijn dochter.

Mam, kijk… ik krijg een rimpel.’ Ze liet haar voorhoofd zien. Er was bijna niets te zien, maar ik dacht meteen terug aan de tijd dat ik zelf mijn eerste rimpel ontdekte.

Ik had toen een oudere vriendin. Soms keek ik naar haar en dacht ik: O… word ik later ook zo? Met die rimpels...

Ik kon het me niet voorstellen.

Nu ben ik ongeveer zo oud als zij toen was. 😊

Jaaaa, ouder worden is zo echt. Dat ervaar je gewoon. Ik krijg nu dus ook steeds meer rimpels. 

Toch voelt het veel te smal om te zeggen: ik ben in de herfst van mijn leven gekomen.

Kijk naar de hei! Het paars begint, maar er is ook nog volop groen. Sommige stukken zijn wintergrauw. Geen idee of dat ooit nog wat wordt. En in de bomen zie ik al iets van herfstgoud.

Alles tegelijk.

En gek genoeg herken ik dat.

In mijn eigen leven is het ook niet netjes één seizoen. Er zijn dingen die nog volop groen zijn. Er komen nieuwe dingen tot bloei. Andere dingen worden minder. En er zijn ook stukken waarvan ik denk: tja… wat moet ik daar nou mee? Doods

Dat vind ik best verwarrend ad en toe. Want in welk seizoen zit ik eigenlijk?

Ik denk en denk.

Ook aan dat zinnetje uit Psalm 31:

Mijn tijden zijn in Uw hand.

Mijn tijden.

Dat vind ik zo mooi. Niet: mijn lente is in Uw hand. Of mijn zomer. Mijn herfst. Mijn winter. Mijn tijden. Alles wat er tegelijk kan zijn.

En ja, ouder worden maakt me soms onzeker. Ook bang. Rimpels krijgen, steeds grijzer worden, dingen vergeten… dat hoort erbij. Maar mijn ouders kregen kanker toen ze ouder werden. De ouders van mijn man ook.

Dan denk ik: wat staat mij nog te wachten?

Ik weet het niet.

Maar ik hoef mijn leven ook niet vooruit te kunnen overzien. Ik hoef niet precies te weten in welk seizoen ik zit.

Mijn tijden zijn in Zijn hand. Het groene. Het paarse. Het grauwe. Het goud. Ook de stukken waar ik zelf nog niks van begrijp. Waar niks meer bloeit. Waar het snoeimes tekeer ging en zo

De zon is er weer

Ik blijf hier fijn nog even zitten, want de zon is er weer.
Daar word ik zo vrolijk van.
Ik drink mijn koffie op tot de laatste slok.

___

En nu…

Ik maakte deze blog af op 15 augustus en plaats hem terug in de tijd, op de dag dat ik al mijn wandelnotities in de vorm  voor de helft in de vorm van een blog goot.

Maar… inmiddels bloeit de hei op de Elsterkop helemaal!!! Echt geweldig. Eén grote paarse, zoemende bloemenzee, met massa’s bijen.

Kijk maar wat een mooie kleur. 🌿💜


En de geur...

Ik heb er geen woorden voor.

Het ruikt super lekker.

~~<><><><>~~

Lees ook: Wie zegt dat grauwe hei niet mooi kan zijn

29.7.26

Door de modder heen 🪷

Vanmorgen vroeg zat ik aan de tuintafel te werken aan deze kleine lotus van diamond painting. En ineens dacht ik: wat weet ik eigenlijk van lotusbloemen? Niet zoveel, eerlijk gezegd. Alleen dat ze in de modder groeien.

Omhoogworstelen

Dus ik zocht het op. Een lotus wortelt in de modderige bodem van een vijver. Vanuit die donkere bodem groeit de stengel omhoog, dwars door het water heen. Pas boven het wateroppervlak opent de bloem zich.

Wat moet dat mooi zijn
Ik zou het zo graag eens willen zien. 

Kleine lotus van diamond painting op een kleurrijke etui, gefotografeerd buiten in de tuin.

Ik moest denken aan een blog die ik ooit schreef over modder en bloeien. Ik kon hem zonet niet meer vinden. Jammer, jammer. Wel vond ik twee andere blogs in die trant; die zal ik aan het eind delen.

De modder heeft niet het laatste woord

Waar ik als gelovige aan dacht bij de lotus onder mijn handen, is dit: de modder heeft niet het laatste woord. Ook wanneer ik niet begrijp waarom ik zo'n moeilijke periode mee moet maken, of nog helemaal niet kan zien wat eruit voort zal komen, geloof ik dat God zelfs uit donkere tijden iets kan laten groeien wat ik zelf nu nog niet kan bedenken.

Dat is voor mij niet alleen een mooie gedachte. Ik kén Hem. Ik leef met Hem. En ik heb het meegemaakt: dat er na donkere tijden toch weer iets begon te groeien waarvan ik midden in die modder nog niets kon zien.

Wat je nu ziet...

Ook als je niet gelovig bent, blijft de lotus een prachtig beeld. Modderige perioden bestaan en kunnen onvoorstelbaar moeilijk zijn. Maar wat je nu ziet, hoeft niet het einde van jouw verhaal te zijn.

Als ik terugkijk op mijn eigen leven, weet ik dat. Er waren moeilijke perioden. En gelukkig kwamen er ook weer lichtere dagen. Niet alles werd daarmee goed. De dood gaf geliefden niet terug. Sommige verliezen blijven als een schaduw meelopen. 

Maar de schaduw is niet alles wat er is.
Modder ook niet.

Die lotus... groeit erdoorheen en opent haar bloem erboven.

Kleurrijk tasje met een glinsterende lotus van diamond painting en tekst over het afwisselen van grote en kleine projecten.

Lotus waar ben je?

Nu zou ik heel graag een echte lotus willen zien. Weet iemand waar je die in Nederland kunt vinden? Ik ben nog niet uitgedacht over dit onderwerp. Maar voor vandaag houd ik het bij deze korte blog.

Lees ook deze:

___

9.7.26

Nog 54 dagen tot de herfst

Nog 54 dagen tot de meteorologische herfst.
Nog 76 tot de astronomische.

Ik kies voor die 54 natuurlijk.

Buiten hangt de was aan de lijn. De tweede was al, want de eerste is droog. Dat is dan weer het voordeel van zomer: je hangt iets op... loopt een paar keer heen en weer, en droog is het al. Het waait! De lucht is zwoel en de zon staat hoog. 

Ik hou niet van hete zomers.
Ik zeg het maar gewoon.

Toen zomer nog anders voelde

In de jaren zeventig hield ik nog wel van de zomer. Na het klusjes doen voor mijn moeder speelde ik eindeloos buiten. Bruine armen en benen kreeg je ervan. Gras onder je voeten en omhoog kijken naar je vlieger tegen het blauw van de lucht. Spelen met de buurtkinderen tot de lantaarns aangingen. Ik weet nog hoe eindeloos fijn de zomervakantie voelde.

Later, met mijn eigen kinderen, kreeg de zomer een andere invulling. Tassen pakken. Broodjes smeren. Heb ik nog genoeg limonade? IJsklontjes. Zonnebrand zoeken. Uitjes verzinnen. Knutselen aan tafel. Zwembad opzetten. Een huis vol leven. Wat hield ik ervan. Ik schreef er regelmatig over, zoals hier: "De pracht van de dag."

Uitjes werden rekensommen

Onderweg naar nu veranderde het. De kinderen vlogen uit, maar ook het klimaat veranderde. De zomers werden warmer en uitjes voelden steeds meer als rekensommen. 

Kan het?
Hoe warm wordt het?
Is er schaduw?
Kan ik zitten?
Kan ik terug als het niet gaat?
Is er water?
Is er rust?
Hoeveel energie kost het en hoeveel heb ik eigenlijk?

Soms bleef ik liever thuis.


Toen wist ik nog niet wat ik nu weet. Dat mijn lijf niet goed tegen hitte kan. Dat dysautonomie en warmte geen gezellige combinatie zijn. Dat mijn lichaam dan niet zeurt, maar schreeuwt om slow down.

Wat een opluchting dat je niet overal van hoeft te houden. Dat je gewoon mag zeggen: ik hou niet van hete zomers. Ook al staat Instagram bomvol kampeerplezier, ijsjes, zee, kinderen met zand aan hun voeten, buiten eten en, en, en....

Zelfs vogels zingen niet altijd

Ik hou niet van zomerse hitte, maar ik ga wel het bos in. Gisterenmorgen nog! De paden waren stoffig en zomerhitte hing loom tussen de takken. Ik zag een eik met hittestress.... z'n blaadjes op de bosbodem gedropt. Ik keek langs zijn stam omhoog. “Arme boom,” zei ik zacht, “Heb jij ook zo'n last van de warmte? En zie jij ook zo uit naar wat onze Maker doen zal in de toekomst? Het komt echt wel goed hoor. Je weet wel: ‘Zie, Ik maak alle dingen nieuw.’”


Vogels in het bos? Als het zo warm is hoor ik ze maar weinig. Ze gaan natuurlijk ook in de rui en schuilen dan op achterafplekjes waar ik ze niet zie. [1] Ik weet dat nog van vorig jaar. Dat ontroert me. Dat vogels ook niet altijd zingen. Er is een tijd van ontwaken in de lente en mooi te zingen, en er is ook een tijd van veren verliezen en je energie sparen.

Alles neigt naar de herfst

Wist je dat de bloemen van het vingerhoedskruid al verdwenen zijn? Maar de speerdistels staan nog stevig te bloeien zijn langs het pad. Ik zag twee hommels om elkaar heen draaien om één paars bloemhoofdje... zo schattig. 




En toch...
Alles neigt naar de herfst hoor.
Ik zeg het maar alvast, haha.

Wàt zie ik uit naar het kantelpunt dat straks komen gaat. Een ochtend waarop de lucht koeler is dan je verwacht. Mist boven het veld. Hei die nog even nagloeit na het mooie paars. Ademruimte.

Ook deze dag

Maar vandaag is het nog zomer. Vandaag hangt de was aan de lijn. Vandaag voel ik mijn lijf en probeer ik daar geduldig mee om te gaan. Iederemorgen doe ik mijn wekker uit om 6:30 en zeg ik tegen mezelf: dit is de dag die de Heer ons geeft. Ook deze. Niet mijn lievelingsdag misschien. Niet mijn lievelingsseizoen. Maar wel een dag waarin ik tussendoor een glimpje wat moois opvang...

In een distel.
In rupsen op geel kruid.
In vingerhoedskruid dat zaad maakt.
In was die droog wappert aan de lijn.
In een appje van een vriendin over emoties.
In koffie met mijn man.
In een nieuwe diamond painting.
In een boek.
In de blogs, wereldwijd...

In zomerse zonsondergangen 

😍


Nog 56 dagen tot de herfst 🍂

---

[1] Stille vogels zijn in de rui

4.7.26

Dit is vandaag. En je hoeft maar één ding te doen...

Ik wist toen nog van niets.

Vanmiddag vond ik een half afgemaakte blog terug, geschreven op een koude winterdag in januari. Gewoon een stukje over kou, wandelen en mezelf weer naar buiten krijgen.

Maar nu lees ik die woorden terug met alles wat daarna kwam.

Het was winter.

27 januari

Ik koos ervoor om toch te gaan wandelen. Het was waterkoud. Op de fiets droeg ik mijn bivakmuts (boevenmuts, haha) met daarover nog een gewone muts. Alles om die vervelende voorhoofdspijn maar voor te zijn.

Onderweg naar het bos besloot ik naar het meertje te gaan. Misschien was het bevroren. Dat vond ik vorig jaar zo mooi. Maar toen ik aankwam, was het meertje weg. Huil, huil. Alleen in het midden lag nog een smalle strook water met ijs erop. Daaromheen: natuurgraven. Het stukje bos was veranderd in een natuurbegraafplaats. Een prachtige plek. Maar ik moest wel even schakelen.

Dus liep ik gauw weg een ander stuk bos in met mijn hoofd vol gedachten over mijn eigen mensjes die ergens anders  liggen begraven... Hoe lang was ik er al niet geweest. Ik voelde me schuldig. Ik zou...

Bibberkoud wandelde ik richting de Elsterkop. Ik wilde maar één ding: koffie onder mijn boom. Toen ik daar zat, haalde ik een paar keer diep adem en probeerde de sombere schuld-gedachten van me af te schudden. Ik tuurde naar de jonge berken langs de rand van de hei die zacht heen en weer bewogen in de wind. 

Als je stilzit op een boomstronk krijg je het kouder, nog kouder, koudst. Gelukkig warmde de koffie me van binnen op. En om mezelf wat op te vrolijken, soort van, opende ik het dagboekstukje van die dag op mijn telefoon.[1] Het ging over Jesaja 42:

“Een geknakt riet zal Hij niet verbreken, en een smeulende vlaspit zal Hij niet uitblussen.”

Alistair Begg schrijft dat Jezus juist mensen opraapt die door anderen zijn afgeschreven. Dat Hij een smeulende pit niet uitblaast, maar opnieuw laat opvlammen. En dat we allemaal, op de een of andere manier, geknakte rietstengels en smeulende lonten zijn.

Jezus is zachtmoedig, teder en vriendelijk. Mensen die door anderen worden afgeschreven, wil Hij juist gebruiken.

Misschien denk je dat je beste tijd achter je ligt. Dat je nog maar een zwak vlammetje bent. Maar Jezus blaast zo'n smeulende pit niet uit. Hij wakkert haar juist weer aan.

We zijn uiteindelijk allemaal geknakte rietstengels en smeulende vlaspitten. Juist als we dat erkennen, leren we Zijn zachtheid kennen.

Nu is het juli.

Ik kijk vanuit mijn schrijfkamer uit over de daken heen. Een merel zingt. Wolken drijven voorbij. En ik lees die onaffe blog terug.


Wat ik denk?

Op 27 januari wist ik nog niet dat ik in maart mijn memoir zou loslaten... en dat ik daar toch om zou rouwen. Ook wist ik niet dat mijn schoonmoeder in de zomer zou overlijden. Dat onze vakantie in het water zou vallen daardoor. Ik had geen flauw idee welke deuren dicht zouden gaan en welke open. Gelukkig maar... ik zou constant bezorgd en zenuwachtig geweest zijn. Jij dan?

Zo blij dat we maar één seizoen tegelijk hoeven te leven. Dit is vandaag. En je hoeft maar één ding te doen: er zijn

Terugkijkend raakt niet eens de wandeling me het meest, maar dat ene zinnetje:

“Een smeulende vlaspit zal Hij niet uitblussen.”

Dat ik dat las op 27 januari. En dat het me nu, in een tijd van rouw, opnieuw de dag door helpt. 

He’ll never quench the smoking flax,
But raise it to a flame;
The bruisèd reed He never breaks,
Nor scorns the meanest name.

[1] He came for bruised reeds

Linked to Sweet Tea & Friends July Link Party

28.5.26

Zonnebloemen en de sandwichgeneratie 🌻

Ze moeten reuzenzonnebloemen worden, maar voorlopig staan ze op de voortafel. Ze hebben huisarrest gekregen van mij. Buiten kregen ze eerst luis. Toen de luis weg was, kwamen er gaten in de bladeren. Slakken, dacht ik meteen.

Dus haalde ik ze naar binnen.


Alleen: zo worden ze natuurlijk nooit reuzenzonnebloemen. Ze groeien een beetje richting plafond, maar dat is niet hetzelfde als groot worden. Daarvoor hebben ze zon nodig. Wind. Regen. Buitenlucht. Ruimte. Misschien zelfs een beetje risico?

Echt ik. Wat kwetsbaar is, wil ik beschermen. Mensen van wie ik houd. Plannen die nog pril zijn. Stukjes van mezelf. Ik houd ze het liefst binnen, waar niemand eraan kan komen.

Had ik met de kinderen ook.

Maar ergens onderweg verandert je plek. Kinderen worden volwassen. Ze gaan hun eigen weg. Ze bouwen hun leven op, met hun eigen zorgen, plannen, relaties en gevoelens die daarbij horen. En dat is goed. Alleen moet je soms opnieuw leren hoe je liefhebt als vasthouden niet meer past.

En tegelijk gebeurt er aan de andere kant soms iets anders. De generatie boven je wordt kwetsbaar. Er kan zomaar een nare diagnose komen. Een ziekenhuisopname. Een operatie. Woorden die je liever niet hoort, maar die dan opeens bij je leven horen.


Dan sta je daar ergens tussenin. Met één hand naar beneden, naar de kinderen die hun eigen leven opbouwen. Met één hand naar boven, naar de ouders van wie je misschien afscheid moet gaan nemen.* Je leeft mee, vraagt, denkt, onthoudt, regelt, hoopt, bidt, slikt soms iets weg en gaat weer door.

Dat noem je de sandwichgeneratie, geloof ik. Niet omdat iedereen daarin hetzelfde draagt. De een draagt meer praktisch, de ander meer vanbinnen. Maar dat gevoel van ertussen staan herken ik wel. Daarom raakten die zonnebloemen me vandaag zo. Ik... met dat potje in haar handen: binnen is veilig - buiten is nodig. En ergens daartussen sta ik te twijfelen wat liefde nu eigenlijk vraagt: vasthouden, beschermen, ruimte geven... of toch maar een ruggesteuntje voor de zekerheid.

Terwijl ik deze blog typ denk ik: Ik ben zelf ook nog aan het groeien... Dat klinkt raar als je bijna zestig bent. Nou dûh! Alsof groeien eigenlijk iets is voor kinderen en plantjes in mei. 

Niet dus


In midlife, growth is often quieter... less reaching for the ceiling, more learning how to root 🌿

Vanmorgen heb ik mijn zonnebloemen naar buiten gebracht. In de warme aarde gezet, terwijl de zon nog laag stond. Flinke plens water erbij... op hoop van zegen. Ze horen niet binnen. Ze horen buiten onder de blote hemel.

Dus vooruit jongens, wortels uitslaan. Beetje stevig worden. En ja... nu begin ik alweer te twijfelen. De weerman had het over heel veel regen morgenavond. Hagelstenen. Onweer. Misschien bind ik ze toch maar vast met een touwtje. Gewoon voor de zekerheid. Geen huisarrest meer... alleen een soort van rampenplan. Dat mag toch wel?

Sommige dingen groeien pas als ik de pot wat minder krampachtig vasthoud. Niet omdat loslaten mij zo goed afgaat, maar omdat ik leer dat ze uiteindelijk veiliger zijn in de handen van de hemelse Tuinman dan in die van mij.

* Blogs over m'n ouders
Thuis brengen,
Onderweg naar duizend dingen
Eén dag tegelijk

Doe ook mee met de Linkparty van Nicole