Ze moeten reuzenzonnebloemen worden, maar voorlopig staan ze op de voortafel. Ze hebben huisarrest gekregen van mij. Buiten kregen ze eerst luis. Toen de luis weg was, kwamen er gaten in de bladeren. Slakken, dacht ik meteen.
Dus haalde ik ze naar binnen.
Echt ik. Wat kwetsbaar is, wil ik beschermen. Mensen van wie ik houd. Plannen die nog pril zijn. Stukjes van mezelf. Ik houd ze het liefst binnen, waar niemand eraan kan komen.
Had ik met de kinderen ook.
Maar ergens onderweg verandert je plek. Kinderen worden volwassen. Ze gaan hun eigen weg. Ze bouwen hun leven op, met hun eigen zorgen, plannen, relaties en gevoelens die daarbij horen. En dat is goed. Alleen moet je soms opnieuw leren hoe je liefhebt als vasthouden niet meer past.
En tegelijk gebeurt er aan de andere kant soms iets anders. De generatie boven je wordt kwetsbaar. Er kan zomaar een nare diagnose komen. Een ziekenhuisopname. Een operatie. Woorden die je liever niet hoort, maar die dan opeens bij je leven horen.
Dan sta je daar ergens tussenin. Met één hand naar beneden, naar de kinderen die hun eigen leven opbouwen. Met één hand naar boven, naar de ouders van wie je misschien afscheid moet gaan nemen.* Je leeft mee, vraagt, denkt, onthoudt, regelt, hoopt, bidt, slikt soms iets weg en gaat weer door.Dat noem je de sandwichgeneratie, geloof ik. Niet omdat iedereen daarin hetzelfde draagt. De een draagt meer praktisch, de ander meer vanbinnen. Maar dat gevoel van ertussen staan herken ik wel. Daarom raakten die zonnebloemen me vandaag zo. Ik... met dat potje in haar handen: binnen is veilig - buiten is nodig. En ergens daartussen sta ik te twijfelen wat liefde nu eigenlijk vraagt: vasthouden, beschermen, ruimte geven... of toch maar een ruggesteuntje voor de zekerheid.
Terwijl ik deze blog typ denk ik: Ik ben zelf ook nog aan het groeien... Dat klinkt raar als je bijna zestig bent. Nou dûh! Alsof groeien eigenlijk iets is voor kinderen en plantjes in mei.
Niet dus


.jpeg)


.jpeg)
.jpeg)
.jpeg)

.jpeg)


.jpeg)
.jpeg)

