Er is iets veranderd in huis. Ik mis het geluid van zijn voetstappen op de trap. Dat hij ineens beneden staat. De koelkast die opengaat. “Hebben we nog iets?” Even snel koffie. Een broodje. Noodles. Chips op rare tijden.
Ik mis die kleine momenten. Dat hij er gewoon was.
Het laat zich moeilijk vangen. Hoe dan? Het voelt niet zwaar genoeg om er iets groots van te maken, maar ook niet licht genoeg om weg te lachen. Ik weet er niet goed raad mee. Ik ben gewoon een beetje verdrietig. En tegelijk ook blij dat hij een eigen plek heeft.
Onderweg naar hem toe was het zo mooi.
Bermen vol bloemen, wit en geel, en in de wei die pinksterbloemen die heen en weer wiegden in de wind. De zon erop. Het gras zo groen. En toen moest ik ineens denken aan die woorden van Jezus over de bloemen op het veld. Dat Hij dat zei tegen zijn discipelen, over bezorgd zijn en je druk maken. Ik dacht: daar wil ik nog eens naar kijken als ik thuis ben.
Bij mijn zoon genoot ik. Koffie drinken, herinneringen ophalen. Ik ben zo trots op hem. Het was echt leuk.
Deze week? Die vloog voorbij, ondanks de stille momenten. Ik zette mijn ene voet voor de andere. Gewoon "het volgende ding doen". Dat werkte eigenlijk wel.
Ik maakte deze week foto’s van de tulpen op tafel. Ze mogen shinen op mijn blog. Ik zeg het met

.jpeg)
.jpeg)


.jpeg)
.jpeg)

