01-01-2026

De Vader en het kind


De Vader sprak:
Kom, mijn kind, laten we op reis gaan.

Waar gaan we heen, Vader?
Naar een ver land, een ander koninkrijk.

Zal het een lange reis zijn?
Ja, we moeten iedere dag reizen.

Wanneer zullen we onze bestemming bereiken?
Aan het einde van jouw leven.

En wie gaan er met ons mee?
Vreugde en Verdriet.

Kan Verdriet niet thuisblijven?
Nee, zij is nodig om jou dicht bij Mij te houden.

Maar ik wil alleen Vreugde…
Alleen met Verdriet zul je ware Vreugde kennen.

Wat moet ik meenemen?
Een hart dat Mij wil volgen.

Wat moet ik doen op reis?
Je hoeft maar één ding te doen: dicht bij Mij blijven.
Laat niets je van Mij afleiden. Houd je ogen op Mij gericht.

Wat krijg ik te zien?
Je zult mijn heerlijkheid zien.

En wat zal ik leren kennen?
Je zult mijn hart leren kennen.

De Vader stak Zijn hand uit.
Het kind, dat wist hoeveel de Vader van haar hield,
legde haar hand in de Zijne en ging op reis.

Cynthia Heald

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Ik ben heel blij met je reactie! Dank je wel.