De daken vingen het laatste licht van de dag.
Ik liep langs de bloempotten: kleine zonnebloemen, vlijtige liesjes, viooltjes, vingerhoedskruid — en potten met stille aarde. Met zaden die nog wachten. Sommige echt zonder ook maar een teken van leven. Geen idee of er wat naar boven zal komen.
Ik bleef hier en daar staan. Gaf water. Liet mijn vingers langs een blad gaan.
Ik zag hoe kwetsbaar ze waren. Hoe weinig ze nodig hebben om te leven — maar ook hoe snel het mis kan gaan: te veel van dit, te weinig van dat, en ze verdorren.”
En opeens dacht ik aan mijn hemelse Vader. Hoe Hij naar mij kijkt — en naar ieder van ons, geroepen uit de dood tot het leven, door Zijn stem van liefde.
Hij ziet hoe breekbaar we zijn. Hoe onzeker. Soms bang. Nog lang niet volgroeid. En toch… buigt Hij zich naar ons toe met tedere zorg en milde liefde.
El Roi — de God die ons ziet.
Die, in Jezus, dichtbij is gekomen.
Die reikt tot in de diepste lagen van wie we zijn.
Ik voel het. Zijn Woord stroomt door mijn vermoeide, dorre ziel.
Verfrist mijn gedachten.
“Was je het vergeten?”, vraagt Hij me. “Ik ondersteun je met Mijn sterke rechterhand. Mijn genade is echt genoeg — voor vandaag, voor morgen, voor altijd.”
En ik vind nieuwe moed. Ik leg mijn hand in de Zijne. “Ik wil bloeien en groeien voor U, Heer,” fluister ik. “Dank U dat U mij nooit uit het oog verliest.”
🌻 Mijn kleine zonnebloemen hebben zó’n dorst.
🪴 En de pot is eigenlijk al te klein — tijd om ze te verplanten.
🌻 Het zijn midi-zonnebloemen — ze worden niet hoger dan mijn middel.
🧡 Hun kleur? Alle tinten oranje.
Heb jij wel eens zonnebloemen geplant — of andere bloemen?
Geschreven op 27 april, geplaatst aan het eind van een zonnige lentedag, 12 mei. 🌿☀️



